Theaterschoolfestival
19 - 24 juni Amsterdam

Onvermogen zonder pessimisme op het ITS


Een reflectie van Nuno Blijboom 

Wat speelt onder de makers van mijn generatie, de beruchte millennials? Een generatie makers die opgroeide met het Web 2.0, vol user-generated content. Een generatie makers gevormd door een postmoderne wereld waarin waarheid relatief is en de geschiedenis onkenbaar. Tijdens het slotweekend van het ITS Festival 2018 toonden afstuderende makers uit Amsterdam, Gent en Maastricht dat aan deze generatie een (mogelijk onvermijdelijk) gevoel van onvermogen ten grondslag ligt. Maar nooit werd het pessimistisch of cynisch.

Emilie Pos (regie, Toneelacademie Maastricht) relateert in haar voorstelling I’m so many people dit onvermogen aan identiteitsvorming. In dit stuk praten vier vrienden voortdurend met elkaar en anderen over zichzelf en de rest van de groep. De sleutelfiguur binnen deze gesprekken is X, de afwezige en succesvolle (en mogelijk denkbeeldige) kunstenaarsvriend die de groep bij elkaar houdt. Pos geeft deze gesprekken vorm door de vier acteurs voortdurend op een rij te laten spreken, letterlijk gekaderd door een rechthoek waar zij in zitten. In de vlotte teksten –  gebaseerd op Mark Ravenhills pool (no water) uit 2006 en op gesprekken die Pos voerde met de spelers – blijkt voortdurend een machteloosheid om jezelf te omschrijven zonder anderen daarbij te betrekken. Het doet denken aan een analoge, talige vorm van sociale media waarbij de relatie tot de ander ook inherent is. Waar op Facebook en Instagram eenieder middels foto’s en filmpjes zich op z’n best toont en zo een ideale versie van zichzelf de wereld in slingert, brengen de semi-nonchalante gesprekken over mislukt kunstenaarschap de onzekerheid en het verdriet die aan een dergelijke beeldvorming ten grondslag liggen scherp aan het licht.

Maar is deze leegte, dit onvermogen jezelf los te koppelen en los te zien van de ander, onvermijdelijk? Pos laat het antwoord op die vraag enigszins in het midden. Aan het eind is er een letterlijk kantelpunt, wanneer de rechthoek waar de vrienden inzitten op de vloer wordt gelegd en tot zwembad gemaakt wordt. H Hierin vermoordt de vriendengroep de afwezige X en laten haar daar achter. Het lukt vervolgens enkel K (Kim Karssen) om werkelijk afstand van deze figuur nemen, maar niet zonder een overdaad aan geweld en gruwel. Zij scheurt het lichaam van X aan stukken, poept en piest er een kinderlijke manier op, breekt alle botten in kleine stukjes en rekent zo finaal af met X. Maar deze daad gaat volledig aan de rest van de groep voorbij. De anderen hebben elkaar inmiddels weer gevonden en omhelzen elkaar innig en teder. De moord op X was immers imaginair en zij hebben deze daad ongedaan gemaakt middels een zwijgzame knuffel – het eerste moment van oprechte intimiteit in de hele voorstelling. Hun realiteit kan niet samen met Ks realiteit bestaan en zij sluiten haar buiten de groep. In een poging een waar individu te worden, is K geïsoleerd en eenzaam geworden. Hiermee geeft Pos wel een duidelijk signaal: het is niet onmogelijk om jezelf buiten een groep te plaatsen en zelf je identiteit te vormen, maar eenvoudig is het niet. En wat er dan überhaupt van je overblijft is dan ook nog maar de vraag.

In Brave New World 2018 van Annett Jarewski (regie, Academie voor Theater en Dans) worden ook verschillende werelden naast elkaar op scherp gesteld, ditmaal de digitale en de analoge wereld. Op de scène zien we vier vrouwen, stuk voor stuk gekleed in licht provocatieve kleding. Zij lopen tussen een grid van blokken van verschillende formaten, elkaar ontwijkend wanneer zij dreigen te botsen op een Pac-Manachtige manier, in hoeken van 90 graden. Het decor doet denken aan een abstrahering van het beeld van het internet als stad, een esthetische keuze die onder andere in animatiefilms als Wreck-It Ralph 2 en The Emoji Movie centraal staat. Wat volgt is een montage van verschillende scènes die zich op (of beter gezegd: in) het internet afspelen, specifiek op YouTube. Het manifest waarmee de voorstelling begint, beschrijft met name de ongeschreven regels van het internet, die even tegenstrijdig als triviaal blijken te zijn. De daaropvolgende scènes zijn gemonteerd met de dramaturgie van een algoritme, alsof je de autoplay-functie op YouTube z’n gang laat gaan. Jarewski maakt van het internet een moderne versie van de drug SOMA uit Aldous Huxleys Brave New World, die de bevolking gelukkig houdt en alle negatieve emoties verdrijft. Geluk is letterlijk binnen handbereik, gewoon in je broekzak. De vijf vrouwen blijken vervolgens YouTubesterren te zijn, die stuk voor stuk video’s maken met een licht seksuele ondertoon. Zo zien we Annica Muller als een typische fitgirl die yoga-oefeningen doet met allerhande net niet diepzinnige mantra’s, eet Femke Arnouts een hoop yogurtjes en vertelt ze over haar plastische chirurgie, deelt Emma Linssen haar drank- en drugsavonturen tijdens het uitgaan, en maakt Sinem Kavus blood art van haar eigen menstruatiebloed. Jarewski vertelt geïnspireerd te zijn door deze YouTubecultuur, met name door de mensen die zulke video’s bekijken: “Dat zijn voor een groot deel perverts, maar ook mensen die oprecht alleen zijn en gezelschap zoeken.”

De vergelijking met de Internet-Trilogie van performancecollectief URLAND ligt voor de hand, en legt gelijk een groot generatieverschil bloot. Waar de mannen van URLAND meer de technische en technologische aspecten onderzochten en implementeerden in de trilogie – bijvoorbeeld de esthetisering van de binaire enen en nullen die de technische basis vormen van het internet in MS DOS/Prometheus Geketend – toont Jarewski de menselijke kant achter het internet. Het is duidelijk dat zij opgegroeid is met het Web 2.0, waarbij YouTube wellicht het beste de mensen achter al die user-generated content letterlijk in de schijnwerpers zet. Het internet is voor onze generatie onlosmakelijk verbonden met eigen input, het zelf genereren van wat er op het internet verschijnt. Maar anno 2018 is een bepaalde leegte, een bepaalde onmogelijkheid om werkelijk een connectie te krijgen met diegenen die je op je beeldscherm dagelijks ziet, ook een realiteit waar we ons maar al te bewust van zijn. Dit blijkt uit een tragische monoloog van Annica Muller, die haar jaloezie en eenzaamheid toont in een zeldzaam moment van kwetsbaarheid, maar die gelijk overstemd wordt wanneer het algoritme meer de macht grijpt en alles gewoon weer verder gaat als voorheen. Het meest intrigerende aan Brave New World 2018 is echter de mysterieuze vijfde figuur (Bodine Sutorius), die zich in de periferie van de ‘stad’ bevindt en zichzelf en het internet constant ter discussie lijkt te stellen.  Is zij een gebruiker van het internet die contact probeert te maken met deze digitale wereld? Is zij iemand uit een verre toekomst die terugkijkt op deze video’s als een relikwie uit verloren tijden? Jarewski laat het antwoord in het midden, maar ik zie duidelijk mezelf in die figuur: iemand die het internet probeert te doorgronden, connecties zoekt, maar ook dondersgoed weet dat deze eenrichtingsverkeer is en zal blijven.

Carine van Bruggen en Eleonore Van Godtsenhoven (beiden drama, KASK School of Arts) zochten naar houvast in de geschiedenis met hun voorstelling History of Shadows, en voeren een herdenkingsdienst voor Ulrike Meinhof op. Deze journaliste radicaliseerde in de jaren zeventig en werd lid van de Rote Armee Fraktion. Zij is vervolgens gearresteerd en veroordeeld voor meerdere moorden, waardoor zij de geschiedenisboeken inging als terrorist en linksextremist. Mitch Van Landeghem leidt de dienst als een Tim Minchin-achtig figuur en poogt een objectief beeld te schetsen van Meinhofs leven. Van Bruggen en Van Godtsenhoven verstoren echter voortdurend de dienst door vraagtekens te zetten bij het waarheidsgehalte van de geschiedenis van Meinhof en zich af te vragen in hoeverre zij gemythologiseerd en gedemoniseerd is. Wat betekenen verschillende, door anderen opgelegde labels voor jou als persoon? Kan je een goede moeder zijn én een goede terrorist? Wanneer houdt het één op en begint het ander? Hoe schaadt de geschiedenis de manier waarop iemand gepercipieerd wordt? Ook  betwijfelen zij de mate waarin wij in het Westen nog werkelijk idealen hebben. Dit brengen zij sterk in beeld wanneer de verschillende personen die de herdenking bijwonen (Van Bruggen, Van Godtsenhoven en Arne De Tremerie) stuk voor stuk op verschillende momenten de werkkamer van Meinhof binnenstappen. Na enkele momenten te hebben rondgesnuffeld, klinkt het geluid van machinegeweren en vluchten zij gelijk weg uit deze ruimte. Zij blijken niet dezelfde (of überhaupt) idealen te hebben, maar slechts een morbide nieuwsgierigheid naar Meinhof. Wanneer er ook maar enig gevaar dreigt, weten ze niet hoe snel ze moeten vertrekken. Dit wordt meer letterlijk ingevuld in een monoloog tegen het einde van het stuk door Van Godtsenhoven. De ruimte van Meinhof is zojuist kort en klein geslagen en Van Godtsenhoven zegt dat zij bij haar mededemonstranten enkel lege woede voelt. Een schijnwoede die enkel bestaat bij de gratie van de camera’s en het idee dat dit alles de geschiedenisboeken ingaat. Niemand om haar heen heeft idealen zoals men in de jaren zestig en zeventig die had. Niemand om haar heen kan werkelijk voor iets staan. Deze generatie is leeg, heeft weinig meer dan imago en schijn, en doet er alles aan om zo interessant mogelijk te lijken voor de buitenwereld. Maar ondertussen hunkert ze naar iets om de leegte te vullen, naar iets wat haar definieert zoals het de generaties voor haar definieerde.

Van Bruggen en Van Godtsenhoven stellen echter hierna een cruciale vraag aan hun eigen generatie: zijn wij hier alleen in? Ze opperen dat de generatie van de jaren zestig en zeventig, waartoe ook Ulrike Meinhof behoorde, zich mogelijk net zo leeg en betekenisloos als dat wij ons nu ook voelen en dat de protesten van de RAF wellicht gemythologiseerd zijn doorheen de geschiedenis. Wij zien geen immers lege woede op de beelden die overgeleverd zijn, maar dit zijn uiteindelijk ook enkel beelden. Of is échte woede heden ten dage verschoven naar de fringes, de extremen van het politieke spectrum? De woede onder bijvoorbeeld de zogenaamde social justice warriors is net zo oprecht en volwaardig als aan de rechterkant van het spectrum, onder de incels en de mannenrechtenactivisten. Worden deze in de toekomst ook overgedragen als de woedende demonstranten van onze generatie en gaat de lege woede van het midden verloren in de tijd? En daar zit weer dat onvermogen om de geschiedenis daadwerkelijk te vatten, te kennen, te begrijpen. History of Shadows heeft het idee dat dit onvermogen, deze onmogelijkheid om daadwerkelijk grip te krijgen op de wereld – analoog of digitaal, heden of verleden – dat zo inherent lijkt aan de millennialgeneratie toch enigszins aan het wankelen gebracht. Zijn wij werkelijk de enige generatie voor wie dit een wezenlijke vraag is of geldt dit even goed voor alle generaties en is het deel van la condition humaine? Worden wij er enkel harder mee geconfronteerd dan ooit tevoren, door de groeiende globalisering en het krimpen van de wereld door sociale media? Kun je een goede millennial zijn en geen grip hoeven hebben op een wereld?