Theaterschoolfestival
19 - 24 juni Amsterdam

Inside, a panorama of anxiety


Een reflectie van Iris Spanbroek

Op 23 juni zag ik, in de tuinzaal van de Brakke Grond, de installatie INSIDE, a panorama of anxiety, van Celine Daemen (Toneelacademie Maastricht). Deze “360 graden installatie” bestaat uit een zwarte box waar je als toeschouwer je hoofd in steekt. Daarbinnen bevinden zich drie videoschermen en een geluidssysteem. Onder begeleiding van een vioolcompositie zie je op de schermen stukjes van een mens die panisch weg probeert te vluchten uit de aarde, modder en water van een box. Rondom je hoofd, onder de videoschermen, bevindt zich een dun laagje water dat trilt en rimpelt als je uitademt. De stoel waarop je zit kan draaien, en dus spin je jezelf rond je as om alle schermen te kunnen blijven zien.

De installatie is een werk waarin verschillende kunstvormen en disciplines samenkomen. Interdisciplinair werken betekent voor Celine dat ze vertrekt vanuit een gevoel of thema, en uit verschillende disciplines haalt wat ze nodig heeft om dat gevoel te bewerkstelligen. Voor INSIDE was het thema het fysieke gevoel van angst. Hoe verhoudt angst zich tot je lichaam, en hoe kan dat op een artistieke manier vertaald worden?

Maar interdisciplinair werken betekent niet dat alle verschillende kunstvormen binnen de installatie gelijkwaardig zijn: Celine heeft ervoor gekozen om de muziek leidend te laten zijn. Hierdoor zorgt de muziek voor een narratief, een verloop van het angstgevoel, en een tijdsstempel. Aan de hand daarvan kwamen de beelden.

De installatie zet aan tot een bijna letterlijke fragmentatie en deconstructie. Aan de ene kant zijn er de beelden. Elk videoscherm toont een ander lichaamsdeel van dezelfde persoon, maar de benen en knieën zijn gepositioneerd op hun rug, wat niet klopt met de armen. En wat doet jouw hoofd in het midden van die armen en benen? Maar die beelden werken alleen deconstruerend door de positionering van de toeschouwer zelf.

Aan de andere kant geldt de deconstructie ook voor het lichaam van de toeschouwer. Je steekt je hoofd in de installatie, maar de rest van je lijf niet. Je hoofd bevindt zich te midden van de armen en benen, dat klopt anatomisch al niet, maar tegelijkertijd worden hierdoor ook je eigen lichaamsdelen gescheiden. Je hoofd ziet de beelden, voelt het water, hoort de muziek; je handen voelen een junibriesje uit de open deuren van de zaal en zonlicht. Welk deel van je lichaam ervaart de installatie en welk deel niet? En bewerkstelligt het deel van je lichaam dat de installatie niet ervaart, niet juist de ervaring van de rest? Door de aanwezigheid van het water komen hoofd en lichaam tijdens de installatie al een beetje samen, maar aan het eind wordt de tweedeling helemaal opgeheven. De beelden zoomen uit en onthullen een bewegingsloos lichaam in het bos. De armen en benen lijken nu correct – maar het lijf is hoofdloos.

Hoe breng je een abstract, artistiek idee samen met een gevoelsmatige ervaring? Hoe voorkom je dat de angst een representatie wordt van angst in plaats van een ervaring van het daadwerkelijke gevoel? Een installatie lijkt er de juiste plek voor, in elk geval meer dan een theatervoorstelling of een film , waar een gevoel of thema doorgaans op afstand van de toeschouwer gepresenteerd wordt, volgens Celine. Door het concept op lichamelijkheid te betrekken, en deze lichamelijkheid direct aan de toeschouwer te verbinden (doormiddel van interdisciplinariteit), was het mogelijk om elementen te selecteren en samen te brengen. Er is een combinatie ontstaan tussen het verbeelden van lichamelijke deconstructie en het veroorzaken van een thematisch verbonden ervaring van lichamelijke deconstructie bij de toeschouwer.