Theaterschoolfestival
19 - 24 juni Amsterdam

Bespreking van Attempts on her Life, Sonja & Eliane en Stamboommonologen


Vandaag doen we verslag van drie voorstellingen op het ITS.

Attempts on her Life

– door Eline de Mey

In Attempts On Her Life verzinnen negen acteurs van ATKA (Amsterdamse Toneelschool & KleinkunstAcademie) een vrouw voor ons. Deze voorstelling past perfect binnenin deze voorstellingsreeks geframed door de noties “repertoire” en “het vertellen van verhalen” door hun gebruik van een repertoiretekst geschreven door Martin Crimp. Monnikenwerk, zo blijkt, want Martin’s tekst is zo opgebouwd dat het voelt alsof er intensief een wereld moet worden gecreëerd om die vervolgens weer weg te werpen en opnieuw te maken. Met een opstelling die soms aan een Grieks koor, soms als een groep onzekere kinderen op hun eerste schooldag doet denken, bouwen ze zin voor zin een vrouw op. Anne — nee, ze heet Annie. Nee, ik denk eerder Anouchka. Of was het niet Anja of Anneke?
In ieder geval, dit zijn de basiselementen: An* is een moeder, een kind, een geliefde, een kunstenares, een geest uit het verleden. De “attempts on her life” worden zo duidelijke pogingen om haar leven te reconstrueren. De stroom van de voorstelling trekt je in alle kanten richtingen, tot het niet meer zeker is of dit nu een verhaal is van dezelfde vrouw, of meerdere vrouwen. Of is dit het verhaal van “De Vrouw” in het algemeen?
Een ankerpunt was fijn geweest – maar misschien was de afwezigheid daarvan net Martin’s bedoeling met zijn tekst, of van Espen Hjort met deze studenten. So, you sit back and relax, en je luistert en kijkt in de hoop dat je een aanknopingspunt vindt. De vaak speelse intermezzo’s tussen de vloedgolven van tekst geven wel even adempauze, maar het is moeilijk om de intenties van deze makers te achterhalen met de tekst. De spelers, aan de andere kant, zijn goed op elkaar ingespeeld en niemand doet ten onder aan de druk van een grote groep die elk hun zegje wilt hebben in het leven van deze vrouw.

Sonja & Eliane Proberen het Zonder Sonja en Eliane

– door Eline de Mey

In hedendaagse debatten over het klimaat is duidelijk dat niemand anders dan de mens moet veranderen om de planeet te redden. Sterker nog, de snelste oplossing om de planeet te redden is eigenlijk de algehele verdwijning van de mens. Daaruit vertrekkend probeerden Sonja en Eliane het op 19 juni dus zónder zichzelf. “Ik weet dat, als je een voorstelling van iemand gaat bekijken, je die persoon ook wilt zien. En liefst zoveel mogelijk.” Helaas dus.
In deze vernuftige en originele voorstelling verdwijnt de mens en bestaat enkel “het andere” (natuur en andere dieren). Maar de mens laten verdwijnen in de wereld zoals ze is, is onmogelijk. Eigenlijk moeten we alles ongedaan maken; teruggaan in de tijd tot vóór de mens ontstond. En dat krijgen we te zien: “In den beginne” van dit Darwiniaans Genesisverhaal, was er duisternis. Zoom in op planeten, op de aarde, op een aquarium – opgeduwd met een lange stok – waar het eerste diertje met poten uit kruipt en zo leven op het land start. Maar niet voor de mens; die laten we achterwege deze keer.
We struikelen toch algauw over de barsten in die creatie: is de taal waarmee ons wordt uitgelegd dat de mens verdwijnt niet ook een menselijke creatie? En de houten planken waarachter ze zich verstoppen, de stokken en touwen waarmee “de anderen” gemobiliseerd worden, het piepschuim van de geknutselde planeten? Is een theatervoorstelling niet ook een creatie van en voor de mens? En wordt deze voorstelling niet belicht door – jawel – een mens?
Zo verschuift de focus van deze voorstelling, die vertrok vanuit een poging het verhaal van “de anderen” te vertellen, naar die poging het zonder zichzelf te doen. Maar net door die poging zijn Sonja en Eliane hyper-aanwezig en worden ze zonder het te willen, toch dat podium op geforceerd. Uiteindelijk, aangezien het onvermijdelijk is bewezen, besluiten ze dan ook te blijven. Maar hun kritiek moet daardoor niet inboeten: door een pijnlijk resonerende chronologie van de destructieve menselijke invloed op de planeet, wordt hun beginpunt terug aangehaald. Na hun punt duidelijk te maken geven ze dan ook terug het podium aan de natuur in haar volle glorie — en ik moet toegeven dat ik nog nooit zo opgelucht was het geluid van een vlieg terug te horen.

STAMBOOMMONOLOGEN

– door Jasper Hupkens

Joy Delima ontdekt na haar verhuizing van Rotterdam naar Arnhem ineens dat haar verschijning vragen oproept. Toen ze nog in Rotterdam woonde werd ze omringd door ‘mensen van kleur’ en zag ze zichzelf weerspiegeld in haar directe omgeving. In Arnhem zag ze in de spiegel ineens iemand die er anders uitzag dan de mensen om zich heen.
In Stamboommonologen, dat ze schreef in het kader van een schrijfproject in haar derde jaar aan Artez, onderzoekt Joy de identiteit waarvan ze pas op late leeftijd ontdekt dat ze die heeft. Of krijgt – van anderen. Die ‘anderen’ komen allemaal langs in Stamboommonologen: Joy belichaamt een hele reeks personages die iets te zeggen hebben over hoe zij (soms al te gemakkelijk tot “jullie” gemaakt…) er uit ziet. Ze tikt om de paar minuten ‘af’ op het krukje waarop ze zit en na elke tik komt er een nieuw iemand aan het woord. Ook Joy zelf: ze reageert op de anderen die ze zelf een stem geeft en ze vertelt over een grondig historisch onderzoek dat ze deed naar aanleiding van haar ontdekking.
Ze duikt in het stamboomboek van haar vader en ontdekt een kronkelige bloedlijn die terugleid langs naamsveranderingen, werelddelen en uiteindelijk naar een adellijke afkomst. Joy is trots op die afkomst, maar alleen voor even: datzelfde gegoede milieu is verantwoordelijk voor het tot slaaf maken van haar voorouders.
Ook vertelt Joy dat ze, kort na de ontdekking dat ze ‘een kleur’ heeft, een DNA test doet samen met haar vriend. Hij is 98% Noord-West Europees en 2% Fins. Joy’s cocktail bestaat uit maar liefst 11 ingrediënten: met name van landen in West-Afrika (waarvan sommigen al weer van naam zijn veranderd), via de Balkan naar het Midden-Oosten! Het draagt bij aan Joy’s verhaal over de enorme veelvoud van identiteiten die zij op basis van haar afstamming zou kunnen claimen. En hoe absurd het is dat deze veelvoud gereduceerd zou moeten of kunnen worden tot slechts één eigenschap of gedrag. Zoals ze zelf zegt: “ik zou zo graag eens 11 van de 11 willen zijn – en niet één van de 11”.
Stamboommonologen is een integere en scherpe monoloog die veel van de cliché’s rondom het toewijzen of toe-eigenen van identiteit ontkracht. Haar solo eindigt sereen met haar voorlopige antwoord op alle vragen: ‘ik weet het niet’. Vanuit een persoonlijk perspectief, dat door de vele vragen een voorzichtige wijsheid verraadt, toont Joy Delima een onderzoek dat ontroert.