Theaterschoolfestival
19 - 24 juni Amsterdam

BESPREKING FIRST LOVE/LAST WORDS, EIGEN WERK MARATHON EN MEER…


First Love/Last Words

door Merel Eigenhuis

In First Love/Last Words, de afstudeervoorstelling van een aantal studenten uit het vierde jaar van de Mime-opleiding (ATD) onder regie van Marien Jongewaard, zien we een tweeluik gebaseerd op twee werken van de Poolse filmmaker Krzysztof Kieślowski: de documentaire First love (1974) en de speelfilm A short film about killing (1988).
In het eerste gedeelte, gespeeld in een wit decor waar de acteurs in witte kostuums zich doorheen bewegen, wordt een prille liefdesrelatie getoond. Twee jonge mensen, minderjarig nog, raken verliefd en in verwachting. In een zoete, warme sfeer wordt hun leven met alle moeilijkheden in het Polen van de jaren ’70 weergegeven. De acteurs tonen dit verhaal met volle overgave, en laten zo zien dat zij als mimers ook behendige tekstacteurs (kunnen) zijn. In een collage van scenes, waarbij op het podium licht en geluidspanelen worden bediend door de acteurs zelf, bouwt het verhaal zich op in een soft-focus sfeer op, waarin de personages vastberaden zijn om hun first love een mooie toekomst te geven.
Het tweede gedeelte van de voorstelling kon niet meer in contrast staan tot het eerste gedeelte. Onder het nummer Silence is Sexy van de Duitse avantgardistische band Einstürzende Neubauten kleden de acteurs zich op een donker podium om. Als het licht weer aangaat is de sfeer grimmig en zijn de acteurs volledig in het zwart gehuld. Het gehele tweede gedeelte is losjes gebaseerd op A short film about killing, waarin het verhaal van een zwerver die een taxichauffeur vermoord wordt verteld. Een lange, intrigerende monoloog legt in alle soberheid de details van de moord bloot, waarna de moordenaar ondervraagd, berecht en vervolgens opgehangen wordt.

De drie acteurs in spe, de afstuderende mimers dus, schetsen met First Love/Last Words twee intrigerende werelden. Hiermee laten ze zien dat ze ook getalenteerde tekstacteurs zijn en sluiten zo hun schoolcarrière met een interessante en schurende voorstelling af.

 

Eigen Werk Marathon

door Eva van Bosheide

Een vrouw die zichzelf vol overgave in een berg vuilniszakken stort. Twee dansers die zich vloeiend en synchroon door een donkere ruimte bewegen. Een draaiend fietswiel dat de lichtstralen van een beamer doorbreekt. Wat direct opvalt aan de Eigen Werk Marathon is de diversiteit aan disciplines, stijlen en onderwerpkeuzes die aan bod komen. Als publiek kun je jezelf enigszins voorbereiden door tussendoor snel het programmaboekje te lezen en te kijken of de volgende voorstelling iemand van de mime, woordkunst of een andere opleiding is. Maar ook dat is geen garantie tot voorspelbaarheid en je kunt je uiteindelijk slechts laten verassen. In deze projecten hebben de makers gelegenheid om zich volledig te focussen op datgene wat hen persoonlijk bezighoudt, zowel in inhoud als in vorm. Soms is dit een grootschalig sociaal thema wat de maker in zijn of haar dagelijks leven tegenkomt. Zoals Lisa de Kwant die met haar The Iron Man op een humorvolle manier de positie van de man anno 2019 uiteenzet. Soms is dit een meer individuele reflectie, aangespoord door het afstuderen. Zoals Lindsay Zwaans Zwanenzang, waarin ze haar nieuwe begin als afgestudeerde actrice omzet in een afscheid, als een oude actrice terugkijkend op een mogelijk leven.

Niet elke voorstelling is een persoonlijk verhaal, of is überhaupt bezig met het vertellen van een verhaal. Maar de zoektocht van elke maker naar wat zij precies willen vertellen, tonen of onderzoeken is overal aanwezig. Het resultaat zijn voorstellingen die aanvoelen als een inkijk in een onderzoeksproces. Niet dat de voorstellingen nog onaf voelen. Maar sterker dan wellicht andere afstudeervoorstellingen staat hier het proces van de maker centraal, een proces dat niet eindigt na de voorstelling. In Time & Space Died Yesterday van Elliot Dehaspe is dit een woordeloos onderzoek naar de perceptie van ruimte en de mogelijkheden van beweging, bijgestaan door het eerdergenoemde fietswiel en het effect van de optische illusie dat een stroboscoop geeft. Terwijl bij Stel je voor: een woestijn van Luna Cozijn de taal juist centraal staat in een minimalistische bewerking van het kortverhaal Cowboy en indiaan.

Het publiek dat na het bezoeken van verschillende blokken de marathon beëindigt, zal even tijd nodig hebben om de veelheid aan indrukken te laten bezinken. Je zult niet altijd een verbinding hebben gevoeld met wat er werd getoond. Maar de verbinding tussen de maker en het werk was onmiskenbaar aanwezig in deze eigen onderzoeken.

 

De man die per ongeluk het grote verdriet had ingeslikt

door Eva van Bosheide

Op een verhoging in de hoek van de ruimte begint Simme Wouters het verhaal van Een Man. Het is het verhaal van de omstandigheden die hem bij het grote verdriet brachten, hoe hij het per ongeluk inslikt en wat er gebeurd wanneer hij dit heeft gedaan. Het is een verhaal over de Chaos. Niet de grootschalige, luidruchtige chaos. Juist de verborgen chaos die maakt dat Pi oneindig is in plaats van een mooi afgerond getal, de chaos die zorgt dat een duif er vandoor gaat met je verloren huissleutels. Het toeval bestaat niet, daar is de Man van overtuigd. Het is allemaal de Chaos. Het heeft iets archetypisch, het verhaal van de rationele man die de wereld wil begrijpen en onderweg ook nog verliefd wordt op een Meisje (want elk verhaal heeft een meisje, aldus de programmatekst). Maar er zijn in de loop van de voorstelling genoeg onverwachte wendingen die de natuur van de Chaos onderstrepen. Zo ook een wending die niet gepland was, tijdens de middagvoorstelling.

Het gebeurt op het moment dat de Man het doosje met het Grote Verdriet heeft ontvangen en hij er in gedachten naar staart. Vanaf de voorste rij valt een aluminium drinkflesje om. Tot het nerveuze ongenoegen van de eigenaar rolt het flesje het podium op, waar Simme het tot stilstand brengt. Hij raapt het op, staart er even naar, zoals hij daarvoor naar het doosje staarde. Dan werpt hij het flesje terug het publiek in en schakelt naar de volgende scène. De man die per ongeluk het grote verdriet had ingeslikt is een voorstelling die zuiver en precies in elkaar steekt en Simme zal in het moment zelf absoluut niet dankbaar zijn geweest voor de verstoring. Toch valt er iets te zeggen voor die momenten, dat de toevalligheden die de aanwezigheid van publiek met zich meebrengen, een aanvulling zijn voor een voorstelling – in plaats van slechts een afbreuk. Het is een bekend gegeven, de verstoring van de theatermagie door bijvoorbeeld een afgaand mobieltje. Een frustratie voor acteur en publiek. Maar in dit geval is het een passende aanvulling op een voorstelling die draait om een Man die nergens toeval in ziet en de Chaos probeert vast te leggen.

 

Who’s Afraid of Virginia Woolf?

door Lara van Lookeren en Lena Meijer

De Grote Zaal van de Brakke Grond is fel verlicht bij binnenkomst, uit de speakers klinkt 80’s soft disco – of in ieder geval muziek die sfeer-bevorderend zou kunnen werken. Het publiek neemt plaats in een vierkant om een speelvlak van 6 bij 6 meter. Zolang de muziek nog speelt lummelen de acteurs een beetje op het midden van de vloer, wachtend tot ze elkaar mogen gaan verscheuren in de meest vuile spelletjes. Gedurende de voorstelling zal het steeds meer als een arena gaan voelen waarin een vies machtsspel wordt gespeeld.

Wanneer iedereen heeft plaatsgenomen en de muziek wordt afgezet stappen Martha en George de arena in en gaan elk in een uiterste hoek liggen. Ondanks de afstand tussen de twee, lijkt het alsof ze met elkaar in bed liggen. Het is 02:00 ’s nachts, ze verwachten nog gasten. Na het nodige verwijtende gekibbel (wat de gehele avond zal voortzetten) gaat de bel. Een – dan nog onwetend – stel gasten staat in identieke gele regenjassen voor de deur. Vanaf het moment dat dit tweede stel binnenstapt begint een spel van machtsposities, controleren van elkaars woordgebruik, tegenspreken, vernederen, verleiding, sarcasme, uitdaging en nog zo veel meer.

De vier acteurs van de KASK Drama opleiding uit Gent: Naomi van der Horst, Imke Mol, Mitch Van Landeghem en Flor van Severen, tonen met hun stuk het belang van repertoire (al dan wel niet een beetje bewerkt). Dit belang voor repertoire – maar eigenlijk vooral voor het vertellen van verhalen an sich – kwam tevens terug in de Aftertalk van woensdagavond: We mogen het belang van verhalen niet uit het oog verliezen. Verhalen kunnen ons helpen elkaar, en wellicht ook de wereld, een beetje beter begrijpen.